Dat is mijn plek!

Wij zijn vaak geneigd om als we ergens komen een eigen plekje te creëren. We doen dit vaak onbewust. Onlangs heb ik het weer ervaren en ging uitzoeken waarom we dit doen.

Sinds een half jaar zwem ik 1 uur in de week. De eerste keer dat ik ging zwemmen was wat onwennig. Hoe gaat zoiets? Waar kan ik zwemmen? In welke baan zal ik gaan zwemmen?

Ik zag al snel dat er mensen waren die hier vaker kwamen. Ze gingen als vanzelfsprekend naar een bepaald plekje in de kleedkamer, maar hadden zo ook hun eigen plekje in het zwembad.

En zo kwam ik in een rijtje mensen te zwemmen waar schijnbaar iedereen een eigen plekje had. Het stond nergens op papier maar toch voelde het zo. Ik wachtte een beetje af, zag wat blikken over en weer en sloot achteraan in de rij. Inmiddels zwem ik een half jaar 1 keer per week en heb ik mijn vaste plekje in een rijtje altijd achter dezelfde vrouw. Ook in de kleedkamer heb ik mijn eigen plekje. Het plekje wat steeds leeg blijft naast de deur richting hal en brasserie. Zodra de deur open zwaait, ben ik de eerste persoon vol in beeld.

Ik dacht na over hoe een eigen plekje ontstaat. Als er een nieuwe zwemmer binnen kwam, zag ik ze zoeken en aftasten wat hun plekje zou kunnen zijn om baantjes te trekken. Sommige mensen zwierven geïrriteerd door het hele zwembad om vervolgens af te druipen en nooit meer terug te komen.

En zo creëren we op meerdere plaatsen graag een vaste eigen plek. Thuis op de bank, zittend aan de eettafel, in de kerk, op de tribune, in de kleedkamer, in de auto, in de trein, het parkeerplekje in de straat, op het strand, in de klas en in de pauze in de kantine. Veel eigen plekjes groeien uit tot vaste plekjes. Op zich is het geen probleem. Totdat iemand onwetend terecht komt op iemands plekje. Dan voelt het alsof het plekje wordt afgepakt en ingepikt. Gepikeerd wordt er een alternatief plekje gezocht.

Waardoor ontstaat de behoefte aan het creëren van deze vaste plekjes eigenlijk?

We verdedigen diverse ruimtes afhangend van hoe belangrijk ze voor ons zijn en hoe vaak we deze ruimtes innemen. Het gaat om de volgende soort ruimtes:

  1. Primaire territoria zijn in bezit van jou zoals jouw huis of auto.
  2. Secundaire territoria zijn ruimtes die niet echt van jou zijn zoals je bureau op je werk of je favoriete restaurant.
  3. Publieke territoria zijn openbaar toegankelijke ruimtes voor iedereen zoals het strand, de stoep, de bibliotheek, het park of een parkeerplaats.
  4. Interactie territoria zijn ruimtes welke tijdelijk door een groep mensen wordt ingenomen zoals lunchtafel in het park, hangplek voor jongeren, een concertzaal of een zwembad.

De term territorialiteit, verklaart waarom we graag een eigen plekje bezetten en markeren. Een eigen plek geeft ons een gevoel van controle, identiteit en veiligheid. We hunkeren naar structuur, voorspelbaarheid en stabiliteit die we zelf kunnen creëren in ons sociale leven. Dit geeft een sfeer waarin minder conflicten kunnen ontstaan en we meer plezier ervaren.

Het zwembad is in een territorium waarbij we met een groep dezelfde activiteit beleven. Door controle te hebben over onze eigen ruimte en die te markeren, ervaren we meer plezier in de activiteit. Als er veel mensen zwemmen, is de controle minder groot. Er heerst een sfeer van onduidelijkheid en iedereen is zoekende. De structuur van een eigen ruimte is weg. De bewegingsvrijheid is dan klein waardoor de plezier beleving afneemt.

Met deze nieuwe inzichten in huis, ga ik nu met ander gevoel naar het zwembad. Misschien dat ik ga kijken hoe ik de controle over mijn eigen plekje in de kleedkamer eens kan vergroten:)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.