De Straatkrantverkoper, hij maakte verlies en ik winst!

 

Al een tijdje staat er regelmatig een man bij de supermarkt die de Straatkrant verkoopt. En die man doet wat met me.

Een tijd heb ik deze man vermeden. De supermarkt zit in een klein overdekt winkelcentrum met twee ingangen en regelmatig fietste of reed ik met de auto om naar de andere ingang om niet langs deze man te hoeven lopen. Iedere keer als ik deze man zag, triggerde er iets in me. 

Verschillende zinnen schoten door mijn hoofd zoals: Jij had hier niet hoeven staan, waarom heb je wel een scooter, ga een echte baan zoeken, dring je niet zo op, zeg me geen gedag, laat me met rust etc. Tegelijkertijd kreeg ik altijd een schuldgevoel als ik weer met mijn vetgemeste winkelwagen lang hem richting mijn auto liep. Ik zag hem, maar ik zag hem niet omdat ik hem negeerde. Vaak probeerde ik langs hem heen te glippen in de hoop dat hij me niet zag. Dan zorgde ik dat ik precies naast of achter iemand liep zodat ik niet werd opgemerkt. Maar als er niemand liep die me kon schaduwen, dan moest ik langs de Straatkrantverkoper, keek ik naar beneden en bedacht dat ik hem gewoon niet opmerkte. Maar iedere keer hoorde ik dan toch in gebrekkig Nederlands: Goedendag! Gek werd ik ervan. Waarom hield me dit me zo bezig?

Deze man staat symbool voor iets dat “leven” heet. Deze man is het leven. Hij confronteert ons met de verschillen die er in het leven zijn. Hij confronteert ons met onze rijkdom. Hij confronteert ons met het feit dat we ons vaak schuldig voelen. Hij confronteert ons met de onmacht om keuzes te maken. Hij confronteert ons met onze eigen kwetsbaarheid. Hij confronteert ons met onze veilig gekozen comfortzone. Hij confronteert ons met onze schaamte. Hij confronteert ons met onze overtuigingen. Hij confronteert ons met onze mate van gelukkig zijn. Hij confronteert ons met het feit dat wij ongestoord van het leven willen genieten. Hij confronteert ons met hoe we ons geloof beleven en uitdragen. Hij is een signaal die ons triggert. Hij staat misschien wel symbool voor hoe Jezus ons leert om om te gaan met- en te zorgen voor de armen en zwakkeren in de samenleving…

Mijn grootste angst was dat als ik eenmaal aandacht zou geven aan deze man, ik niet meer van hem af zou komen. Maar de angst dat ik hem toch niet kan redden, deed me pijn en voelde als falen. Het zal een bodemloze put zijn en tot hoever ga je dan met geven? Ik ben toch maar een druppel op de gloeiende plaat.

Ik bedacht op een bepaald moment dat apathisch niets doen hem helemaal niet zou helpen. En aangezien ik al veel leed en armoede aan de andere kant van de wereld heb gezien, ging mijn hart ook open voor deze man in mijn directe woonomgeving. Want waarom kan ik wel iets brengen naar mensen in armoede ver weg en kan ik dichtbij iemand niet eens in de ogen kijken?

De eerste keer dat ik een zak tomatensoep voor deze man kocht, sloeg de twijfel toe. Zal ik doorlopen en zelf de soep houden? Misschien lust hij geen soep? Is het niet te weinig? Zie mij aankomen met mijn grote kar boodschappen en dan geef ik hem een zakje soep? Wat een lachertje, hoe gênant! Maar toch heb ik doorgezet en kwam uit mijn comfortzone. Mijn hart ging sneller kloppen hoe dichter ik hem naderde. Ik kon heel veel dingen bedenken die ik spannend zou vinden, maar liever zou doen dan dit. Het onder ogen komen van deze man was alsof ik moest bekennen dat ik rijk ben. Het voelde alsof hij de meerdere was en onze werelden draaiden om. Nadat ik de zak soep had overhandigd en hij “dank je wel” zei, liep ik nederig en met met gebogen hoofd weg, tranen brandden achter mijn ogen. En terwijl van binnen allerlei gedachten en gevoelens met elkaar aan het vechten waren, hoorde ik hem nog zachtjes en dankbaar zeggen: Tomatensoep vind ik heel erg lekker!

Ik besloot hem vaker wat eten te geven, af en toe een straatkrant te kopen, en soms een praatje te maken of alleen maar goedendag te zeggen. Voor deze man is het ontvangen van iets kleins een groot gebaar. Hij voelt zich gezien en de moeite waard om een stapje harder voor te lopen. Hij denkt niet zoals wij denken met onze gevoelens en onzekerheden. Hij is dankbaar met alles wat uit een goed oprecht hart wordt gegeven, ook al is het alleen een beetje aandacht. Onlangs gaf ik hem een chocoladeletter van € 0,65 en maakte een praatje. Terwijl hij vertelde over zijn zieke moeder in Roemenië en zijn vrouw en zoon die daar nog wonen, duwde hij me een straatkrant van € 1,50 in de handen. Gratis! Hij maakte verlies! Ik maakte winst!

Ik schrijf dit niet om mezelf de hemel in te prijzen en mezelf op de schouders te kloppen. Maar ik ben waarschijnlijk ook jou! Ik denk en voel en handel hetzelfde als jij en leg de lat misschien wel te hoog. Ik wil je zeggen dat ik er achter gekomen ben dat geven niet altijd moet, maar als je soms iets van jezelf geeft, het je kan verrijken. Dan geeft “geven” een eerlijk en intenser leven!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.